Op hoge breedten vindt iedere winter condensatie van koolstofdioxide uit de Marsatmosfeer op het oppervlak plaats, waardoor zich een winterse poolkap vormt. In het voorjaar schijnt de zon door deze half-doorschijnende laag droogijs heen en verwarmt de grond eronder.
Het ijs sublimeert (gaat rechtstreeks van ijs over in gas) aan de onderkant van de winterse ijslaag en het gas raakt opgesloten. Wanneer de druk hoog genoeg is, barst het ijs en kan het gas door de scheuren ontsnappen. Wanneer de omstandigheden optimaal zijn, kan dit gas ter plekke condenseren en zo een lichtgekleurde waaier vormen.
De donkere waaiers bestaan uit fijn oppervlaktemateriaal dat door het ontsnappende gas wordt meegevoerd tot op het ijs aan de oppervlakte. Fijne deeltjes worden ook met de wind meegevoerd en in donkere waaiers bovenop het ijs afgezet, waar ze soms langzaam in het ijs wegzakken. De rijen donkere waaiers geven de oorspronkelijke barst in het ijs aan waarlangs het gas kon ontsnappen.
Vertaling: I. van Vessem